Zaterdag 10 december: Cultureel Kyoto

Als eerste activiteit op onze nieuwe locatie stond ons een culturele verkenningstocht door Kyoto te wachten. Omdat alle bezienswaardigheden vrij ver uit elkaar liggen, had de commissie een bus geregeld, die ons op comfortabele wijze door de stad voerde, en voorzien was van een bijzonder opgewekte Japanse dame, die ons gedurende de dag zou begeleiden. Al in de bus voorzag ze ons van leuke en handige weetjes; vooral het Japanse woordje ‘hai’, wat zowel ‘ja’ als ‘bedankt’ als ‘graag gedaan’ betekent, is handig om toch nog wat te communiceren met de lokale bevolking.

De eerste halte was het (letterlijk!) Gouden paleis, inclusief de omliggende tuin, dat ooit ontworpen was door een rijke Japanner, met als doel een stukje paradijs op aarde te realiseren. Het glooiende groene landschap, met een rimpelloos meer dat omringd werd door stenen en het paleis als schijnend middelpunt schetste een plaatje dat aangaf dat dit bijzonder goed gelukt was. Overigens was het paleis een replica, gebouwd nadat een boeddhistische monnik de indrukwekkende glans van het gebouw wilde overtreffen door het met vlammen te omringen.

Hierna reisden we af naar een klein theehuis, waar we een traditionele theeceremonie voorgeschoteld kregen. De theemeester, in kimono gehuld, voorzag iedereen van een bijzonder zoet hapje en een schaal groene thee, dat niet alleen bijzonder smaakte, maar ook geneeskrachtige eigenschappen zou bezitten.

Na dit voorafje was het tijd voor een fatsoenlijke lunch, die we kregen aangeboden in Kyoto’s wijk ‘Gion’. In deze wijk worden Geisha’s opgeleid – Japanse dames in kimono die kunnen worden ingehuurd om tijdens een feest de gasten niet alleen te voorzien van hapjes en drankjes, maar ook te vermaken met muziek, zang en dans. Een aantal hiervan schotelde ons naast rijst en andere hapjes ook makreel, een lokale specialiteit, voor.

Met gevulde magen konden we door naar het kasteel van de Shogun. Dit figuur was welliswaar niet de keizer van Japan, maar als minister president had hij feitelijk de macht. Alle muren van het kasteel waren met de hand beschilderd, en om te zorgen dat ze altijd zichtbaar waren, moest de Shogun het zonder meubels stellen. Het viel tijdens de rondleiding ook op dat er constant kraak- en piepgeluiden uit de muren leken te komen. Dit kwam niet door een slechte constructie, maar bleek bewust gedaan om plannen van eventuele indringers zo vroeg mogelijk te kunnen verijdelen.

De laatste stop van de dag was Fushimi Inari, een Shinto-heiligdom dat haast een klein dorpje op zichzelf was. De toeristische trekpleister wordt gevormd door de paden rond het ‘dorp’, die overdekt worden door duizenden ‘torii’ – oranje poorten. Deze staan zo dicht op elkaar dat ze als het ware een tunnel over het pad vormen. De indruk die dit achterliet werd misschien een beetje geremd door het feit dat al deze poorten door bedrijven worden ‘geadopteerd’, wat inhoudt dat naast een flinke startsom er jaarlijks ook nog twee flinke bijdragen worden verwacht. We hadden in ieder geval genoeg om tijdens het avondeten te bespreken, waarna deze culturele dag tot een einde kwam.

Link to the full English article

This entry was posted in News. Bookmark the permalink.

Comments are closed.